Weer wat geleerd

Inmiddels werk ik alweer een paar weken bij Van Gorcum in Assen en het wordt dus hoog tijd dat ik wat meer vertel over mijn ervaringen daar. Drie maanden zijn zo voorbij tenslotte, en in die drie maanden kun je heel veel leren.

 

Het ene is het ander niet

Het eerste verschil met mijn vorige baan is het feit dat ik nu wat hoger in de keten werk. Bij mijn vorige baan op het tekstproductiebureau waren de uitgeverijen onze opdrachtgevers, nu werk ik zelf bij een uitgeverij. Bovendien is Van Gorcum niet alleen een uitgeverij maar ook een drukkerij, dus ik heb nu vier keer zo veel collega’s: van twintig naar tachtig. Ook dat verschil valt me op: kende ik mijn vorige collega’s allemaal, nu heb ik geen idee wie er in de drukkerij werken: ik ben natuurlijk wel aan ze voorgesteld, maar om nu in een keer vijftig namen te onthouden is zelfs voor mij niet te doen. Het contact met de dtp’ers is veel minder intensief dan ik bij mijn vorige baan gewend was: daar overlegden de redacteur en dtp’er die op een boek gezet waren, intensief met elkaar; hier verloopt alles via de productieleiders van de redactie en het grafisch bedrijf.

Babylonische spraakverwarring

Dat waren zo maar een paar verschillen tussen mijn vorige baan en mijn huidige (tijdelijke) baan. Alles is wennen in het begin, ook al ken je het vak. Nieuwe collega’s (daarover later meer), nieuw gebouw (veeeeel groter dan wat ik gewend was), nieuwe werkmethode, nieuwe volgorde, nieuw registratiesysteem, nieuw editingprogramma (een editingprogramma is plat gezegd – sorry experts – een soort Word voor zeer gevorderden, kom ik later ook nog op terug) en nieuwe taal. Zelfs de taal was anders en ik dacht dat ik, fris van een redactiecursus waar ik een dikke 9 voor heb gehaald, wel veel wist. Maar ‘in proef doen’ bleek voor meerdere uitleg vatbaar.

‘In proef doen’ betekende bij mijn vorige baan dat jij de tekst codeerde en redigeerde en vervolgens een seintje gaf aan de dtp’er dat hij het boek kon opmaken. Dan maakte hij er een ‘proef’ van: een uitgeprint exemplaar van het opgemaakte boek (dus nog geen ingebonden boek, maar een stapel geprinte A4’tjes, maar wel opgemaakt zoals het er in het boek uit zou zien). Vervolgens komt het ‘proevenverkeer’ op gang: jij brengt correcties aan op dat uitgeprinte papier, de dtp’er voert ze door en print de nieuwe gecorrigeerde pagina’s uit, jij controleert ze weer enzovoort.

Bij Van Gorcum deed ik in principe natuurlijk hetzelfde, maar werd ik in het begin in verwarring gebracht door de gebruikte terminologie. Ten eerste kennen ze daar de ‘voorcorrectie’. Dit betekent dat ik een proef van de dtp krijg en die controleer op ‘rare dingen’, met andere woorden: of de afbeeldingen er goed in staan,of de kop- en voetregels kloppen, enzovoort. Het woord ‘voorcorrectie’ impliceert voor mij echter dat er blijkbaar nog een echte correctie en een nacorrectie komt, dus nog extra fasen. Bij mijn vorige baan telden we die niet: het ging gewoon net zolang heen en weer totdat het goed was en het was aan jou als redacteur om dat heen-en-weer te beperken: hoe beter jij codeerde en redigeerde, hoe minder het heen-en-weer hoefde. De eerste paar weken bij Van Gorcum zat ik dus steeds te wachten op de echte correctie, tot ik door had dat die niet zou komen… (Voorcorrectie betekent een proevencontrole doen voordat de proef naar de auteur gaat.)

Als je de voorcorrectie hebt afgerond, gaat het boek in proef. Dat maakte het voor mij zo mogelijk nog verwarrender, want ik had diezelfde proef net voorgecorrigeerd. Die proef lag voor mijn neus, hoe kon ik die nou in proef doen, die was er toch al? Dus ik keek niet al te intelligent naar mijn collega, die mij weer niet begrijpend aankeek. Ik vroeg wat ze bedoelde, wat ik ermee moest doen, en toen werd alles duidelijk: ik moest de proef naar de auteur sturen.

De auteur

Dat was ook nieuw voor mij. Niet zozeer dat er een auteur aan te pas kwam, maar wel het contact met de auteur. Als redacteur heb je namelijk de neiging om af en toe een beetje te mopperen op auteurs als er nog hoofdstukken of afbeeldingen ontbreken, of lees je kromme zinnen voor aan je collega’s om die na er met zijn allen om gelachen te hebben, hoofdschuddend te verbeteren. Een professionele meubelmaker moet ook gniffelen als hij een schots en scheef in elkaar geknutseld kastje van een bouwmarkt ziet, toch? Maar als diezelfde auteur je belt, kun je dat natuurlijk niet laten merken. Nu was een van mijn eerste boeken een herdruk waarbij sommige afbeeldingen ergens anders in het boek kwamen te staan. We hadden het boek net ‘in proef gedaan’ en de auteur had gezien dat er een afbeelding ontbrak. Dus hij had per mail de juiste afbeelding doorgegeven, maar had zich zelf vergist. Tot drie keer toe. De derde keer belde hij maar even op om alle misverstanden definitief uit de weg te ruimen en maakte ik kennis met mijn diplomatieke kant als redacteur. Ik had namelijk net tevoren mijn frustratie geuit tegen mijn collega’s dat hij alweer een verkeerde afbeelding had doorgegeven…

Zelf opmaken (een beetje dan)

Bij Van Gorcum werken ze met Incopy, het zusje van Indesign. Indesign is het opmaakprogramma waarmee vrijwel alle dtp’ers in Nederland werken. Ik kende het al van mijn vorige baan; niet dat ik er zelf mee werkte, maar sommige dingen moest je op een bepaalde manier coderen zodat het dan beter in Indesign inliep. Een beetje technisch allemaal, niet? Ik kan er weinig anders van maken. Het lijkt een beetje op een tabel importeren vanuit Word in Excel of andersom. Je maakt een tabel in Word en dan ben je gewend aan de ene ‘omgeving’ (denk maar aan menubalken en de blauwe Wordbalk) en dan importeer je deze in Excel en verandert je omgeving een beetje (de balk is nu groen en je hebt geen lege pagina, maar lege cellen voor je). Zo moet je Indesign ook zien, het is hetzelfde, maar het ziet er allemaal een beetje anders uit (en je kunt veel meer). Bij mijn vorige baan werkte ik veel met XMetaL, een editingprogramma met meer mogelijkheden dan Word maar verder ongeveer hetzelfde; opnieuw: het zag er iets anders uit dan Word. De dtp’er ‘importeerde’ (inladen om correct te blijven) dan mijn xml-bestanden in Indesign en maakte het boek op, waarna hij het uitprintte enzovoort. Incopy is eigenlijk hetzelfde programma als Indesign, maar het kan veel minder dan Indesign zelf. Bij Indesign kun je afbeeldingen plaatsen, kop- en voetregels maken, extra pagina’s aanmaken, achtergronden plaatsen, kaders plaatsen enzovoort. Incopy is beperkt tot de eigenlijke tekst zelf. Je kunt in de tekst zelf typen, letters verwijderen, opsommingen maken, de interlinie aanpassen, enzovoort. Het voordeel is dat de dtp’er niet meer zelf in de tekst hoeft te zijn en zich kan concentreren op de rest van het boek. De redacteur is zelf verantwoordelijk voor de tekstcorrecties en ook dat scheelt een hoop. Het gebeurde nogal eens namelijk dat de dtp’er niet alle tekstcorrecties overnam, waardoor de redacteur dezelfde correctie twee keer moest aangeven (sorry dtp-collega’s, maar het is wel waar…). Dat gebeurt nu niet meer. Een ander bijkomend voordeel is dat je ongemerkt dingen snel even kunt verbeteren die je over het hoofd hebt gezien zonder dat de dtp’er dat weet… Een ideaal programma dus!

Collega’s

Maar het leukste bij Van Gorcum zijn nog wel de collega’s. De meeste redacteuren zijn van mijn leeftijd en wonen ook in Groningen, dus dat is al leuk. Als je echter als zzp’er werkt, heb je geen collega’s om je heen (zzp = zelfstandige zonder personeel). Dat is ook vaak heerlijk, want je kunt de radio lekker hard aandoen en lekker tekeergaan tegen de computer als hij traag is of zo, maar het is af en toe ook wel fijn als die computer wat terugzegt en die kans is vrij klein. Het fijne van collega’s is dat ze precies weten wat je bedoelt en als ze dan ook nog hetzelfde gevoel voor humor hebben zoals bij Van Gorcum, is het vaak dikke pret.

Kortom, ik heb het wel naar mijn zin bij Van Gorcum. Maar wees niet bang, ik geef Leef in tekst niet op! Ik vind het veel te leuk om voor mijn eigen opdrachten te zorgen. Als het goed is, heb ik in de herfst meteen weer opdrachten als ik klaar ben bij Van Gorcum. Ik heb nu ook expres een dag in de week vrij voor mijn bedrijf en die heb ik hard nodig. Eigenlijk is dat te weinig, heb ik al gemerkt. Voor mij zou het een ideale situatie zijn als ik twee tot drie dagen per week kon werken bij een bedrijf (ook handig voor pensioen en verzekeringen en zo…) voor de collegiale sfeer en de rest van de week mijn eigen kostje bij elkaar kon scharrelen. Wie weet…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s