Strompelend succes

 Het jaar 2011 is voor mij in Amsterdam begonnen. Niet alleen vierde ik daar Oud en Nieuw met vrienden, ook het zakelijke jaar ‘begon’ met een nieuwjaarsbijeenkomst. ‘Begon’,  want de bijeenkomst vond pas in de derde week van januari plaats en zo lang kon ik Leef in tekst natuurlijk niet aan zijn lot overlaten. Het werk ging gewoon door: ik had allerlei opdrachten en potentiële opdrachtgevers die mijn aandacht de eerste weken van januari 2011 volledig opeisten.

Maar goed, Amsterdam dus. Ik was door een van mijn opdrachtgevers uitgenodigd voor een nieuwjaarsbijeenkomst die op een vrijdagmiddag zou plaatsvinden. Ik besloot mijn tijd goed te besteden: de reis Groningen-Amsterdam-Groningen neemt toch al gauw 6,5 uur in beslag en ach, Amsterdam heeft best wel wat te bieden. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam was een interessante tentoonstelling en het leek me leuk om die voorafgaande aan de receptie te bezoeken. En om het helemaal praktisch te combineren moest ik ook nog een kadootje kopen voor een vriend. Genoeg te doen dus! Het leek me daarom wel handig om de dag tevoren al naar Amsterdam te gaan, immers: heenreis-museum-kado-receptie-terugreis op één dag? Eh, nee bedankt…

Ik kreeg het voor elkaar om twee logeeradressen te versieren: eerst van donderdag op vrijdag bij de ene vriendin, en dan van vrijdag op zaterdag bij de andere vriendin, om op zaterdag weer terug naar Groningen te gaan. Handig als ik ben – ahem – besloot ik meteen op mijn ‘goede’ laarzen te gaan – ten slotte is het wel een beetje een gek gezicht als je op de receptie van je opdrachtgever even je sneakers uittrekt om je vervolgens in je nette laarzen te hijsen.

Het nadeel van ‘goede’ laarzen is dat ze op de een of andere manier altijd eng hoge wiebelige hakken hebben en ontzettend strak zitten. Maar bikkel als ik ben – jaja… – was ik ervan overtuigd dat ik het makkelijk een hele dag op die dingen zou uithouden. Ik wist redelijk de weg in Amsterdam en er waren vast wel stoelen op die receptie, toch?

De voetengodin was echter die dag niet gunstig gezind, want het begon al zodra ik de deur uitging op weg naar het museum. Ik liep finaal de verkeerde kant op en kwam op een gegeven moment uit bij het Museumplein – een flink stuk uit de buurt van de Nieuwe Kerk. Dat was geen probleem geweest als ik mijn andere laarzen aan had gehad, maar ja… Dat was niet zo en mijn voeten begonnen me al te seinen dat ze in wel erg krappe laarzen zaten, dus ik sprong snel op de tram.

De tentoonstelling in het Museum was echter zeer de moeite waard en ik vergat mijn arme lijdende voeten helemaal. Ook het kado voor die vriend was geen enkel probleem: een boek is altijd goed en in een boekenwinkel vermaak ik me natuurlijk uitstekend.

Nu was het dan tijd voor de receptie. Deze zou plaatsvinden in een kunstgalerie aan de Prinsengracht en nu waren mijn voeten toch wel echt aan een flink lange pauze toe. Oftewel: ZITTEN, en wel heel snel. Al mijn hoop was dus gevestigd op een zitplaats in de galerie, maar tot mijn grote schrik stonden er maar vijf stoelen… Er was al wat bezoek gearriveerd en daar zag ik ook mensen tussen die zeg maar een al wat rijpere leeftijd hadden bereikt. Als jonge fitte – tegen die tijd niet meer zo fit – blom vond ik het niet gepast om te gaan zitten, ondanks dat mijn voeten het op dat punt helemaal niet met mij eens waren, dus daar stond ik dan. Daar kwam ook nog eens bij dat ik echt helemaal niemand kende op die receptie en hoewel ik intussen mijn contactpersoon van de uitgeverij wel had ontdekt, had zij het natuurlijk razend druk met netwerken.

Dus toog ik zelf ook maar aan het netwerken. Gelukkig hielp de uitgeverij daarbij doordat iedereen een badge droeg met zijn of haar naam daarop in het rood, zwart of groen. Rood stond voor de auteurs, zwart voor ondersteunend personeel en freelancers en groen voor de uitgeverij zelf. Al snel stond iedereen elkaar onbeschaamd op de borst te kijken en ontstonden de eerste gesprekken. De gesprekken waren echter steeds van korte duur. Als je niemand kent, ga je al snel een beetje ongemakkelijk voor je uit staren en om dat te voorkomen haalde ik regelmatig maar een drankje.

Op een gegeven moment merkte ik dat de wijn me wel een beetje begon te raken. Inmiddels had ik mijn contactpersoon nog steeds niet gesproken – we waren al zo’n tweeëneenhalf uur verder – en hoewel ik af en toe even een stoel had opgezocht, hielden mijn voeten het zo langzamerhand niet meer. Eindelijk lukte het me om mijn contactpersoon te spreken. We hadden elkaar tot dan toe alleen maar over de telefoon of via e-mail gesproken en het was fijn om elkaar nu eens een keertje in het echt te zien. We hadden een leuk gesprek, hoewel we tegen die tijd niet meer met elkaar praatten, maar echt moesten schreeuwen en we intussen alle kanten opgeduwd werden omdat de ruimte erg smal was en de galerie volstroomde met mensen – inmiddels was het al 17.00 uur geweest en de collega’s van de ‘hoofduitgeverij’ (mijn opdrachtgever maakt onderdeel uit van een grotere uitgeverij) wilden natuurlijk ook wel een drankje en een hapje.

Tussen al het luidruchtige geroezemoes door ving ik nog wel op dat ik binnenkort een grotere opdracht van ze krijg en daar kijk ik natuurlijk erg naar uit! Tot nu toe heb ik alleen maar drukproefcorrecties gedaan – hartstikke leuk om te doen, maar het is dan de bedoeling dat je alleen de echt foute dingen eruit haalt. Dingen die niet fout zijn maar die je niet mooi vindt, moet je dan eigenlijk vaak laten zitten. Dat is dan blijkbaar een keus van de auteur of van je collega-redacteur en ik ben van mening dat je dat moet respecteren, hoe moeilijk het ook is. Bovendien zit je in die fase vaak vlak voor het drukken en er is dan simpelweg niet veel tijd meer om nog heel veel correcties door te voeren. Deze grotere opdracht houdt echter in dat ik wat eerder in het proces word ingezet en dus lekker wel dingen mag aanpakken die ik niet mooi vind. Ik kan dan echt lekker diep in de tekst duiken – en dat is toch eigenlijk wat ik het leukst vind.

Terug naar de receptie. Inmiddels hadden mijn voeten het echt gehad – en ik ook wel een beetje. Het was inmiddels een staande, schreeuwende en schuifelende receptie geworden waarin je je maar met moeite verstaanbaar kon maken, als je er al in slaagde bij je gesprekspartner in de buurt te blijven omdat mensen voor, achter en naast je op weg waren naar de hapjes, de drankjes, de uitgang of het toilet. Het was een goed moment om op te stappen. Ik had leuke gesprekjes gehad, een leuk kadootje gekregen, gesproken met wie ik wilde spreken en zou binnenkort nog een grotere opdracht krijgen: voor mij was het geslaagd. Ik worstelde naar de uitgang en begon aan de laatste etappe: via mijn eerste logeeradres – daar stonden mijn slaapspullen – naar mijn tweede logeeradres. Gelukkig had ik een uitstekende tramverbinding – dit tot grote opluchting van mijn arme, gefolterde, afgepeigerde, gezwollen voeten…

Advertenties

Lente in de bol

In mijn ondernemingsplan staat een zinnetje dat in een notendop mijn ambitie met Leef in tekst weergeeft: ‘Bloeien, maar niet groeien’. Hiermee bedoel ik dat ik van Leef in tekst een goedlopend tekst- en redactiebureau wil maken, met een vaste en tevreden klantenkring en ook af en toe losse projecten tussendoor, waar ik goed van kan leven. Miljonair zou leuk zijn, maar da’s nu eenmaal niet realistisch met duizenden concurrenten. Personeel hoef ik niet per se, een leuk netwerk wel. Lees verder “Lente in de bol”