What’s in a name?

Heb je weleens een brief gekregen van een instantie waarin je naam verkeerd was gespeld? Slaakte je toen ook een zucht van gelaten wanhoop en dacht je: “Kennen ze me nu nog niet?”? Als klant is het wel zo fijn dat ze op de hoogte zijn van jouw situatie en vooral: dat ze weten hoe je heet. Zelf heb ik heel wat post gehad waarin ik plotseling Lilian Eeftink heette in plaats van Lilian Eefting. Ik heb zelfs een keer een brief gehad waarbij de schrijver het duidelijk ook niet meer wist en toen maar alle mogelijkheden in mijn achternaam had gepropt: Eeftingckx. Dan zal er toch wel één letter goed zijn?

Nu is mijn achternaam eigenlijk nog eenvoudig. Lastiger wordt het als je Van der Wijk (of is het nu van der Wijk?) heet. Daarom besteed ik in deze blog aandacht aan namen. Het is immers wel zo fijn als je kunt laten zien dat je je klant kent, toch?

Mijn naam is …

Je schrijft Van der Wijk als:

  • het aan het begin van de zin staat: Van der Wijk stond te praten met een collega;
  • er een familierol, functie of titel voor staat: familie Van der Wijk, minister Van der Wijk, ir. Van der Wijk.

Je schrijft van der Wijk in alle overige gevallen, dus:

  • als de naam voluit geschreven wordt: Jan van der Wijk;
  • als er initialen voor staan: J.H.M. van der Wijk;
  • als het om een getrouwde vrouw gaat: mevrouw Jansen-van der Wijk.

Ik werk als …

Wat nu als meneer Van der Wijk een heel belangrijk iemand is? Beroepen en functies worden allemaal met kleine letter geschreven – ook al gaat het om een minister of commissaris van de koningin. Ook als je een of meer titels hebt, schrijf je ze allemaal met kleine letters: prof. mr. ir. J.H.M. van der Wijk.

Willie Wortel

Sommige mensen vinden het leuk om dingen uit te vinden, maar zijn wat betreft naamgeving minder creatief. Ze noemen hun uitvinding gewoon naar henzelf. De uitvinding die hun naam draagt, wordt dan een ‘ding’ – en daarmee verliest het zijn hoofdletter. Denk aan de kalasjnikov van meneer Kalasjnikov. Dit geldt ook voor woorden als harrypotterbril: in feite is dit een onderklasse van al bestaande ‘dingen’ (bril) die toevallig naar iemand vernoemd zijn (Harry Potter). In jargon heet de kalasjnikov een soortnaam (soort wapen) en is Kalasjnikov een eigennaam (een unieke verwijzing naar een persoon).

Jet, Sarah en Jan

Duidelijk toch? Eigennamen krijgen hoofdletters, soortnamen kleine letters. Maar nu wordt het ingewikkeld. Een vrouw die jarig is, wordt weleens gekscherend een jarige jet genoemd. Als onze ‘jet’ vijftig jaar is geworden, noemen we haar een sarah. Dan is er groot feest en kan Jan en alleman langskomen. De oplettende lezer heeft hier gezien dat jet en sarah met een kleine letter wordt geschreven en Jan met een hoofdletter. Hoe kan dat? Je zou zeggen dat het allemaal soortnamen zijn omdat ze figuurlijk gebruikt zijn. Toch schrijf je Jan en alleman met een hoofdletter, het is dus blijkbaar een eigennaam. Zou de jet/sarah alleen maar Jannen in haar vriendenkring hebben?

Volgens de officiële spelling krijgt een naam geen hoofdletter als hij slechts een eigenschap aanduidt en voor verschillende personen gebruikt kan worden: vandaar dat Marietje zowel een jarige jet als een sarah kan zijn. En Jan? Het Groene Boekje zegt dat je geen de of een voor ‘Jan en alleman’ kunt zetten, maar wel voor ‘sarah’ en ‘jet’ – dus een hoofdletter bij Jan en alleman. De witte spelling (bij het uitkomen van het Groene Boekje in 2005 heeft een groep taalgebruikers – denk aan de pers – de Witte Spelling bedacht uit protest tegen de soms onduidelijke nieuwe regels in het Groene Boekje) zegt iets heel anders: alleen als de persoon in een uitdrukking of vergelijking die langer is dan de naam zelf gebruik je een hoofdletter – Sarah gezien hebben, Joost mag het weten.

Als je het zo naast elkaar ziet, lijkt het niet echt consequent. Op zich is de soortnaam-eigennaamregel best wel logisch, dus waarom voer je het niet helemaal door? Ik kan me goed voorstellen dat je een naam die niet aan een bepaald persoon is gebonden maar meer een begrip is geworden, met kleine letters schrijft – dus inderdaad jarige jet, sarah. Maar dat geldt dan toch ook voor joost mag het weten of sarah gezien hebben? Er wordt toch niet naar Joost om de hoek of Sarah van de bakker verwezen? Het gaat toch om het begrip dat erachter schuilt? Wat vinden jullie? Of denken jullie: “Ach, Joost mag het weten!” (Of joost?)

Advertenties

De puntjes op de i

De oplettende lezer vraagt zich misschien al enige tijd ongerust af of ik nog wel besta. Ik heb namelijk al een tijdje niets meer geblogd… Ik kan jullie geruststellen: ik ben er nog steeds! Het is niet zo dat ik niets heb meegemaakt als startende ondernemer – integendeel. Ik heb er een paar leuke nieuwe opdrachtgevers bij en heb het druk gehad met opdrachten. Intussen heb ik ook nagedacht over mijn blog en het wordt tijd dat ik het wat professioneler aanpak. Want… allemaal wel mooi en aardig dat ik redacteur ben, maar wordt het niet eens tijd om mijn kennis van het Nederlands te delen?

Terwijl ik met deze gedachte speelde, werd ik gevraagd door Ondernemerssteunpunt Onderneem ’t in Groningen om een expertblog bij te houden op hun nieuwe portal http://www.ikonderneemhet.nl. Dat zag ik als een teken van… waar dan ook maar vandaan. Vanaf nu gaan mijn blogs dan ook inhoudelijk veranderen: ik geef je mijn (af en toe kritische) blik op het Nederlands. En je hoeft niet bang te zijn dat je iets van me mist: mijn blogposts lees je nu hier, op mijn eigen website www.leefintekst.nl en op www.ikonderneemhet.nl

Zie hier mijn eerste nieuwe blog: 

Als ondernemer wil je betrouwbaarheid uitstralen. Immers, betrouwbaarheid betekent duurzaamheid en daar worden klanten blij van – en jij ook. Je wilt echter niet alleen betrouwbaar overkomen, maar je wilt ook opvallen. Dus denk je lang na over je logo, je huisstijl, je website. Maar denk je net zo lang na over je webteksten? Of schrijf je maar wat op om in elk geval iets op de website te hebben als deze online gaat?

Tot mijn spijt als redacteur/tekstschrijver zie ik dat veel ondernemers een flitsende website hebben met een sterk logo en een prachtige uitstraling, die vervolgens in mijn ogen volledig teniet wordt gedaan door de slordigheidsfoutjes in de tekst. Val je op? Nou en of, en niet alleen door je uitstraling. Ben je betrouwbaar? Misschien weet je wel veel af van je product of dienst, maar let je ook op de details of krijg ik maar een half product? Eén d/t-fout lijkt niet belangrijk, maar als er meer foutjes zijn te bespeuren, ga ik toch twijfelen. En misschien ben ik wel je klant …

In mijn ogen is het dus net zo belangrijk om aandacht aan je teksten te besteden als aan je huisstijl. Aandacht voor details betekent aandacht voor je klant en daar wordt je klant blij van. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat het Nederlands best een lastige taal is, want is het nu zzp-er, ZZP-er, zzp’er of ZZP’er? En hoe zit het dan met sociale()media()strategie? In mijn blog ga ik het allemaal uitleggen. Als redacteur/tekstschrijver heb ik talloze teksten nagekeken en ik weet heel goed dat het Nederlands geen gemakkelijke taal is. Daarom wil ik jullie helpen het bos weer door de bomen te gaan zien door jullie de geheimen van het Nederlands te onthullen.

En de antwoorden? Het is zzp’er: zzp is een afkorting en dat schrijven we zo veel mogelijk met kleine letter. Het woord zzp’er zelf is afgeleid van zzp en een afleiding bestaat uit een woord (of meer) dat zelfstandig kan voorkomen (zzp) en een woord (of meer) dat niet zelfstandig kan voorkomen (-er). Is de afleiding afkomstig van een afkorting – zoals bij ons woord het geval is – dan gebruiken we een apostrof, dus: zzp’er.

Verder schrijven we socialemediastrategie, alles aan elkaar. Het ziet er raar uit, maar vervang het woord maar door lange()afstandsloper: een lange afstandsloper is iemand die afstanden loopt en die lang is, en een langeafstandsloper is iemand die lange afstanden loopt. Wat wil je precies zeggen: dat je een mediastrategie hebt die sociaal is of dat je een strategie voor je sociale media hebt?