Vespa

Wat staat hij er toch mooi bij. Stralend, glimmend en glanzend, geen krasje te zien. Het grijze, leren zadel staat perfect bij het strakke, zwartgelakte frame. Je kunt de lak bijna ruiken. Het chroom is blinkend gepoetst, zo glad als een spiegel. Het windscherm is schoongeboend tot er geen vlekje, geen smetje meer op te zien is en ziet er nu puntgaaf uit.

Trots staat de Vespa te pronken op de Grote Markt, onder een straatlantaarn die zijn felle licht genadeloos op de scooter laat schijnen. Des te beter, daar wordt hij alleen maar mooier van.


Image: Augusto Acero

Bij de Vespa staan twee mannen. De ene man is halverwege de vijftig, kalend, leesbril geplakt tegen het voorhoofd. Hij heeft zijn nepleren jas dapper over zijn bollende buik dichtgeritst, alsof de jaren gevuld met bier en ongezond eten nooit hebben plaatsgevonden. Dat mag niet baten: de jas staat gevaarlijk strak. Het lijkt alsof de rits elk moment kan knappen, waarbij de tandjes ongetwijfeld alle kanten op zullen springen. Zijn broek heeft het al opgegeven. Die probeert zich manmoedig onder de buik vast te klemmen om te voorkomen dat hij onverrichterzake naar beneden glijdt, boven op de afgetrapte schoenen.

De andere man is zo’n tien jaar jonger, met dik golvend, zwart haar dat achterover gekamd is en op zijn plek gehouden wordt door een sportieve zonnebril. Ook hij heeft een zwart leren jack aan, die zonder enige moeite over de strakke buik zit dichtgeritst, maar waarbij de schoudernaden duidelijk hun best moeten doen om te blijven zitten. Deze meneer gaat overduidelijk vaker naar de sportschool.

Man 2 heeft al een paar rondjes om de Vespa gelopen. Keurend, kijkend, peinzend. Af en toe buigt hij zich voorover, inspecteert de wielen. Kijkt in het spiegelende chroom, likt aan zijn vinger en wrijft over zijn wenkbrauw, komt weer overeind. Loopt naar de achterkant van de Vespa, buigt voorover, tikt wantrouwend tegen het achterlicht, komt weer overeind.

Hij vraagt iets aan zijn metgezel. Die staat al een tijdje te wachten, handen in de zakken, buik gelaten vooruitgestoken. Nu haalt hij zijn schouders op, handen nog steeds in de zakken, zegt iets tegen de jongere man. Ze praten een tijdje.

Het volgende ogenblik staat de Vespa moederziel alleen. Verlaten, in de steek gelaten, eenzaam. Hij glimt, blinkt, straalt en doet zijn best in het genadeloze licht van de straatlantaarn op de Grote Markt. De naderende nachtvorst trekt een huivering over het zwarte frame en spiegelend witte chroom.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s