Winkelmeisjes en kantinejuffrouwen

‘Als u het niet erg vindt, drink ik even mijn koffie op. Ik heb vandaag al zo veel kouwe koffie gehad.’

Meid, je doet maar. Geniet ervan, zou ik zeggen. Intussen worstel ik in het pashokje met een truitje dat duidelijk veel kleiner is dan de L die op het etiket staat.

De vrouw die zo naar haar hete koffie snakt, is de verkoopmedewerkster en staat alleen in de winkel. Eerder had ze al ijverig gevraagd of ze me ergens mee kon helpen, maar toen bleek dat ik eerst even wilde rondkijken, keerde ze opgelucht terug naar haar dampende koffie op de verkoopdesk. Arm mens. Als je alleen in de winkel staat en klanten moet helpen, kom je natuurlijk nooit aan je koffie toe.

Teleurstelling

Terwijl ik in het pashokje besloten heb dat het truitje toch echt niet voor mij gemaakt is, kletst het winkelmeisje door. ‘Ja, mijn baas wil eigenlijk niet dat ik koffie in de zaak drink, maar ja, hij is er toch niet, hè, en ik moet koffie hebben anders trek ik het gewoon niet het zijn zulke lange dagen en dan is het nog donderdag dus koopavond vanavond en dacht je dat ik pauze kreeg ja nee een halfuurtje meer kan er niet van af het is een echte slavendrijver die man niet normaal meer wat vindt u daar nou van?’ Als ik die baas was, had ik je op staande voet ontslagen, dacht ik wraakgierig en chagrijnig in mijn teleurstelling over dat te krappe truitje. Roddelen over mij met klanten, wat denk je wel niet? En ook nog koffie drinken terwijl ik je uitdrukkelijk heb gezegd dat ik dat niet wil hebben! Je spullen pakken kun je!

Maar dat zeg ik maar niet. Beleefd hang ik het veel te krappe truitje weer terug, wens haar een heerlijke koffie toe en vertrek.

Bron: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/6/60/Hungarian_Antique_three-column_full-keyboard_cash_register_1902.jpg
Bron: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/6/60/Hungarian_Antique_three-column_full-keyboard_cash_register_1902.jpg

Vroeger

Ze doet me met haar geklets denken aan de kantinejuffrouw van de universiteit toen ik nog studeerde. Je studiedag begon en eindigde toen in de kantine. Daar werkte Anita, een vrouw van in de vijftig. Die kletste je de oren van het hoofd, zonder acht te slaan tegen wie ze aan het kletsen was. Als zij achter de kassa zat, stond er altijd een ellenlange rij te wachten. Dat kwam omdat ze hele verhalen vertelde, over de buurvrouw van de neef van haar man die toch zo’n enge ziekte had en geen dokter die haar hielp natuurlijk. Intussen deed ze gewoon haar werk, rekende af en ging door naar de volgende, maar zonder haar verhaal te onderbreken. Als je daar in de rij stond kreeg je dus altijd maar één aflevering van de soap mee, want soaps waren het wel. ‘Ja en toen zeg ik tegen mijn man ik zeg dat is toch niet normaal meer zeg ik?! Die vrouw ligt daar te … Dat is dan 5,65. En 35 cent terug.’ En door naar de volgende. ‘… creperen en niemand die haar helpt! Wat is dat toch met die mensen tegenwoordig. Dus ik zeg je moet eens naar …  2,50 Ja bedankt …  Jomanda. Die heeft van dat water dat schijnt heel goed te zijn ze straalt het in met iets van God of zo ja zelf geloof … Ja daar heb ik niet veel aan. Ik doe niet aan kortingen. Als je vijf cent tekortkomt heb je pech gehad … ik niet in God maar als ik zo ziek was als haar zou ik toch anders gaan denken. En zij erheen en wat denk je …? Loop eens even door, er zijn er meer die dorst hebben …’ En zo maar door. Een fenomeen was het.

Ze haalde ook altijd de lege kopjes op. Dan moest je echt oppassen, want als je nog een bodempje koffie had, was voor haar het kopje leeg en nam ze het mee. Je moest echt je kopje stevig vasthouden, want ze was in staat het uit je handen te rukken. Eerstejaars kon je zo herkennen als zij langs was geweest met haar karretje: de volkomen verblufte blik van ‘maar die was nog niet leeg!’.

Die Anita. Ze moet inmiddels met pensioen zijn, maar ze was geliefd bij de hele universiteit. Omdat ze zo haar eigen manieren had. Heel soms zie ik nog iets van Berta in andere winkelmeisjes en kantinejuffrouwen. Stiekem even genieten.

Advertenties

Bebrilde hoofden

Je ziet het regelmatig. Zodra een zekere leeftijd angstwekkend snel dichterbij komt, moeten zij er ook aan geloven. Gelukkig zijn die dingen niet zo duur, met een paar euro ben je bij de eerste de beste drogist al klaar. Dat scheelt. Die dure dokter kan nog wel even wachten.

Toch wel even wennen, dat vermaledijde ding. Maar ze hebben het wel nodig, want zodra ze iets moeten lezen, worden ze er weer pijnlijk aan herinnerd dat ze ouder worden. Gelukkig lezen ze niet zo veel en kunnen ze het ding gemakkelijk ergens kwijt waar ze het niet zullen vergeten (ook al zo’n ouderdomskwaaltje).

Waar? Op hun voorhoofd natuurlijk.

Ik heb het over mannen die de vijftig gepasseerd zijn, met de eerste grijze haren op hun hoofd en de eerste rimpels in hun gezicht. Mannen die last beginnen te krijgen van de ouderdom: niet alleen wat hun uiterlijk betreft, maar ook lichamelijke kwaaltjes zoals ogen die achteruitgaan. Ze stellen het lang uit, maar gaan dan toch maar naar de drogist aan de andere kant van de stad – ze zouden de buren eens tegenkomen – en kopen een brilletje van 2 euro. Of ze laten het hun vrouw doen.


Image: NIck Costopoulos

Toegegeven, het leest wel makkelijker. De letters dansen niet meer zo en hun hoofdpijn is opeens stukken minder geworden. Maar die bril, die bril. Ze kunnen er maar niet aan wennen. Het is toch een duidelijk teken van aftakeling en ze kunnen het niet uitstaan dat ze steeds tegen de randen van dat ding aan zitten te kijken als ze niet hoeven te lezen. Dus parkeren ze het dan ergens anders.

Waar? Op hun voorhoofd natuurlijk.

Zouden ze dan echt niet door hebben dat dat geen gezicht is? Zo’n bril op je voorhoofd met die rimpels erachter en de ogen eronder? Sommigen doen het zo vaak dat ze op hun voorhoofd twee kleine verticale gleufjes hebben waar de neusvleugels van hun bril precies inpassen. Weten ze dan niet dat ze er zo niet alleen oud, maar ook nog eens seniel uitzien?

Blijkbaar niet.

Arme stakkers. Ze worden oud, maar willen het niet toegeven. Hartfalen, slechte ogen, doofheid, artrose en dementie liggen al op de loer, maar ze zullen het met hand en tand bestrijden. Te beginnen met een leesbrilletje van 2 euro om de slechte ogen tegen te gaan. Want zo erg is het toch niet? De meeste tijd hebben ze dat ding niet eens nodig!

Nee, inderdaad. Dat is te zien.

Lieve mannen, wees niet bang, je reputatie van stoere, sterke kerel in de bloei van zijn leven is nog lang niet voorbij als je een bril moet dragen. Kijk maar naar de vrouwen. Die weten dat dat leesbrilletje niet genoeg is en gaan meteen voor een kekke, stoere bril. Die ze de hele tijd op hun neus houden. Want zij hebben wel door dat ouder worden niet meteen hoeft te betekenen dat je er dan ook maar seniel moet uitzien. Met je bril op je voorhoofd en dan vervolgens vergeten waar je hem gelaten hebt. Wees verstandig, koop een echte, goede bril. En houd hem waar hij hoort.

Op je neus.