Jij begrijpt je klant, maar begrijpt hij jou ook?

Stel je het volgende voor. Op een dag gaat de telefoon. Het is iemand die jouw website heeft gezien en die net problemen heeft op het gebied waar jij zo goed in bent. Hij wil graag een afspraak met je maken om te zien hoe jij hem kunt helpen, en hij vertelt er meteen bij dat hij ook nog gesprekken voert met twee of drie anderen. Je hebt dus concurrentie. Na een vreugdedansje op je werkplek bereid je je grondig voor: wie is hij, wat doet hij, hoe zou jij hem kunnen helpen met zijn probleem. De afspraak zelf verloopt vlot: jullie hebben meteen een klik, jij laat zien dat je zijn probleem helemaal begrijpt, vat het nog eens in eenvoudige woorden samen en vertelt hem wat jij voor hem kan betekenen. In zijn ogen meen je een zweem van opluchting te zien. Jullie spreken af dat je hem zo snel mogelijk een offerte stuurt. Op bijna amicale wijze nemen jullie afscheid en je gaat vol zelfvertrouwen naar huis. ‘Die is binnen’, denk je.

Lees verder “Jij begrijpt je klant, maar begrijpt hij jou ook?”

Advertenties

De puntjes op de i

De oplettende lezer vraagt zich misschien al enige tijd ongerust af of ik nog wel besta. Ik heb namelijk al een tijdje niets meer geblogd… Ik kan jullie geruststellen: ik ben er nog steeds! Het is niet zo dat ik niets heb meegemaakt als startende ondernemer – integendeel. Ik heb er een paar leuke nieuwe opdrachtgevers bij en heb het druk gehad met opdrachten. Intussen heb ik ook nagedacht over mijn blog en het wordt tijd dat ik het wat professioneler aanpak. Want… allemaal wel mooi en aardig dat ik redacteur ben, maar wordt het niet eens tijd om mijn kennis van het Nederlands te delen?

Terwijl ik met deze gedachte speelde, werd ik gevraagd door Ondernemerssteunpunt Onderneem ’t in Groningen om een expertblog bij te houden op hun nieuwe portal http://www.ikonderneemhet.nl. Dat zag ik als een teken van… waar dan ook maar vandaan. Vanaf nu gaan mijn blogs dan ook inhoudelijk veranderen: ik geef je mijn (af en toe kritische) blik op het Nederlands. En je hoeft niet bang te zijn dat je iets van me mist: mijn blogposts lees je nu hier, op mijn eigen website www.leefintekst.nl en op www.ikonderneemhet.nl

Zie hier mijn eerste nieuwe blog: 

Als ondernemer wil je betrouwbaarheid uitstralen. Immers, betrouwbaarheid betekent duurzaamheid en daar worden klanten blij van – en jij ook. Je wilt echter niet alleen betrouwbaar overkomen, maar je wilt ook opvallen. Dus denk je lang na over je logo, je huisstijl, je website. Maar denk je net zo lang na over je webteksten? Of schrijf je maar wat op om in elk geval iets op de website te hebben als deze online gaat?

Tot mijn spijt als redacteur/tekstschrijver zie ik dat veel ondernemers een flitsende website hebben met een sterk logo en een prachtige uitstraling, die vervolgens in mijn ogen volledig teniet wordt gedaan door de slordigheidsfoutjes in de tekst. Val je op? Nou en of, en niet alleen door je uitstraling. Ben je betrouwbaar? Misschien weet je wel veel af van je product of dienst, maar let je ook op de details of krijg ik maar een half product? Eén d/t-fout lijkt niet belangrijk, maar als er meer foutjes zijn te bespeuren, ga ik toch twijfelen. En misschien ben ik wel je klant …

In mijn ogen is het dus net zo belangrijk om aandacht aan je teksten te besteden als aan je huisstijl. Aandacht voor details betekent aandacht voor je klant en daar wordt je klant blij van. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat het Nederlands best een lastige taal is, want is het nu zzp-er, ZZP-er, zzp’er of ZZP’er? En hoe zit het dan met sociale()media()strategie? In mijn blog ga ik het allemaal uitleggen. Als redacteur/tekstschrijver heb ik talloze teksten nagekeken en ik weet heel goed dat het Nederlands geen gemakkelijke taal is. Daarom wil ik jullie helpen het bos weer door de bomen te gaan zien door jullie de geheimen van het Nederlands te onthullen.

En de antwoorden? Het is zzp’er: zzp is een afkorting en dat schrijven we zo veel mogelijk met kleine letter. Het woord zzp’er zelf is afgeleid van zzp en een afleiding bestaat uit een woord (of meer) dat zelfstandig kan voorkomen (zzp) en een woord (of meer) dat niet zelfstandig kan voorkomen (-er). Is de afleiding afkomstig van een afkorting – zoals bij ons woord het geval is – dan gebruiken we een apostrof, dus: zzp’er.

Verder schrijven we socialemediastrategie, alles aan elkaar. Het ziet er raar uit, maar vervang het woord maar door lange()afstandsloper: een lange afstandsloper is iemand die afstanden loopt en die lang is, en een langeafstandsloper is iemand die lange afstanden loopt. Wat wil je precies zeggen: dat je een mediastrategie hebt die sociaal is of dat je een strategie voor je sociale media hebt?

Hoe ‘social’ is Leef in tekst?

Ik ben best wel ‘social’ – als je het tenminste over de social media hebt. Sterker nog: ik ben overal: Twitter, LinkedIn, Facebook en natuurlijk de weblog die je nu aan het lezen bent. Dat vind ik allemaal even leuk en ik doe overal enthousiast aan mee. Inmiddels ken ik Twitter, LinkedIn en Facebook behoorlijk goed, maar tot voor kort deed ik eigenlijk maar wat. Ik postte berichtjes en… Daar hield het ook wel mee op.

 

Eigenlijk best wel zonde, want ik had ook wel in de gaten dat, als ik de social media een beetje handig inzette voor Leef in tekst, ik er zelfs opdrachten uit zou kunnen halen. Dat is me tot nu toe niet gelukt en misschien kwam dat ook wel doordat ik het voornamelijk deed omdat ik het gewoon leuk vond om te doen. De laatste weken heb ik me daarom tussen de opdrachten door danig verdiept in de social media om deze ook zakelijk in te zetten.

Lees verder “Hoe ‘social’ is Leef in tekst?”

Strompelend succes

 Het jaar 2011 is voor mij in Amsterdam begonnen. Niet alleen vierde ik daar Oud en Nieuw met vrienden, ook het zakelijke jaar ‘begon’ met een nieuwjaarsbijeenkomst. ‘Begon’,  want de bijeenkomst vond pas in de derde week van januari plaats en zo lang kon ik Leef in tekst natuurlijk niet aan zijn lot overlaten. Het werk ging gewoon door: ik had allerlei opdrachten en potentiële opdrachtgevers die mijn aandacht de eerste weken van januari 2011 volledig opeisten.

Maar goed, Amsterdam dus. Ik was door een van mijn opdrachtgevers uitgenodigd voor een nieuwjaarsbijeenkomst die op een vrijdagmiddag zou plaatsvinden. Ik besloot mijn tijd goed te besteden: de reis Groningen-Amsterdam-Groningen neemt toch al gauw 6,5 uur in beslag en ach, Amsterdam heeft best wel wat te bieden. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam was een interessante tentoonstelling en het leek me leuk om die voorafgaande aan de receptie te bezoeken. En om het helemaal praktisch te combineren moest ik ook nog een kadootje kopen voor een vriend. Genoeg te doen dus! Het leek me daarom wel handig om de dag tevoren al naar Amsterdam te gaan, immers: heenreis-museum-kado-receptie-terugreis op één dag? Eh, nee bedankt…

Ik kreeg het voor elkaar om twee logeeradressen te versieren: eerst van donderdag op vrijdag bij de ene vriendin, en dan van vrijdag op zaterdag bij de andere vriendin, om op zaterdag weer terug naar Groningen te gaan. Handig als ik ben – ahem – besloot ik meteen op mijn ‘goede’ laarzen te gaan – ten slotte is het wel een beetje een gek gezicht als je op de receptie van je opdrachtgever even je sneakers uittrekt om je vervolgens in je nette laarzen te hijsen.

Het nadeel van ‘goede’ laarzen is dat ze op de een of andere manier altijd eng hoge wiebelige hakken hebben en ontzettend strak zitten. Maar bikkel als ik ben – jaja… – was ik ervan overtuigd dat ik het makkelijk een hele dag op die dingen zou uithouden. Ik wist redelijk de weg in Amsterdam en er waren vast wel stoelen op die receptie, toch?

De voetengodin was echter die dag niet gunstig gezind, want het begon al zodra ik de deur uitging op weg naar het museum. Ik liep finaal de verkeerde kant op en kwam op een gegeven moment uit bij het Museumplein – een flink stuk uit de buurt van de Nieuwe Kerk. Dat was geen probleem geweest als ik mijn andere laarzen aan had gehad, maar ja… Dat was niet zo en mijn voeten begonnen me al te seinen dat ze in wel erg krappe laarzen zaten, dus ik sprong snel op de tram.

De tentoonstelling in het Museum was echter zeer de moeite waard en ik vergat mijn arme lijdende voeten helemaal. Ook het kado voor die vriend was geen enkel probleem: een boek is altijd goed en in een boekenwinkel vermaak ik me natuurlijk uitstekend.

Nu was het dan tijd voor de receptie. Deze zou plaatsvinden in een kunstgalerie aan de Prinsengracht en nu waren mijn voeten toch wel echt aan een flink lange pauze toe. Oftewel: ZITTEN, en wel heel snel. Al mijn hoop was dus gevestigd op een zitplaats in de galerie, maar tot mijn grote schrik stonden er maar vijf stoelen… Er was al wat bezoek gearriveerd en daar zag ik ook mensen tussen die zeg maar een al wat rijpere leeftijd hadden bereikt. Als jonge fitte – tegen die tijd niet meer zo fit – blom vond ik het niet gepast om te gaan zitten, ondanks dat mijn voeten het op dat punt helemaal niet met mij eens waren, dus daar stond ik dan. Daar kwam ook nog eens bij dat ik echt helemaal niemand kende op die receptie en hoewel ik intussen mijn contactpersoon van de uitgeverij wel had ontdekt, had zij het natuurlijk razend druk met netwerken.

Dus toog ik zelf ook maar aan het netwerken. Gelukkig hielp de uitgeverij daarbij doordat iedereen een badge droeg met zijn of haar naam daarop in het rood, zwart of groen. Rood stond voor de auteurs, zwart voor ondersteunend personeel en freelancers en groen voor de uitgeverij zelf. Al snel stond iedereen elkaar onbeschaamd op de borst te kijken en ontstonden de eerste gesprekken. De gesprekken waren echter steeds van korte duur. Als je niemand kent, ga je al snel een beetje ongemakkelijk voor je uit staren en om dat te voorkomen haalde ik regelmatig maar een drankje.

Op een gegeven moment merkte ik dat de wijn me wel een beetje begon te raken. Inmiddels had ik mijn contactpersoon nog steeds niet gesproken – we waren al zo’n tweeëneenhalf uur verder – en hoewel ik af en toe even een stoel had opgezocht, hielden mijn voeten het zo langzamerhand niet meer. Eindelijk lukte het me om mijn contactpersoon te spreken. We hadden elkaar tot dan toe alleen maar over de telefoon of via e-mail gesproken en het was fijn om elkaar nu eens een keertje in het echt te zien. We hadden een leuk gesprek, hoewel we tegen die tijd niet meer met elkaar praatten, maar echt moesten schreeuwen en we intussen alle kanten opgeduwd werden omdat de ruimte erg smal was en de galerie volstroomde met mensen – inmiddels was het al 17.00 uur geweest en de collega’s van de ‘hoofduitgeverij’ (mijn opdrachtgever maakt onderdeel uit van een grotere uitgeverij) wilden natuurlijk ook wel een drankje en een hapje.

Tussen al het luidruchtige geroezemoes door ving ik nog wel op dat ik binnenkort een grotere opdracht van ze krijg en daar kijk ik natuurlijk erg naar uit! Tot nu toe heb ik alleen maar drukproefcorrecties gedaan – hartstikke leuk om te doen, maar het is dan de bedoeling dat je alleen de echt foute dingen eruit haalt. Dingen die niet fout zijn maar die je niet mooi vindt, moet je dan eigenlijk vaak laten zitten. Dat is dan blijkbaar een keus van de auteur of van je collega-redacteur en ik ben van mening dat je dat moet respecteren, hoe moeilijk het ook is. Bovendien zit je in die fase vaak vlak voor het drukken en er is dan simpelweg niet veel tijd meer om nog heel veel correcties door te voeren. Deze grotere opdracht houdt echter in dat ik wat eerder in het proces word ingezet en dus lekker wel dingen mag aanpakken die ik niet mooi vind. Ik kan dan echt lekker diep in de tekst duiken – en dat is toch eigenlijk wat ik het leukst vind.

Terug naar de receptie. Inmiddels hadden mijn voeten het echt gehad – en ik ook wel een beetje. Het was inmiddels een staande, schreeuwende en schuifelende receptie geworden waarin je je maar met moeite verstaanbaar kon maken, als je er al in slaagde bij je gesprekspartner in de buurt te blijven omdat mensen voor, achter en naast je op weg waren naar de hapjes, de drankjes, de uitgang of het toilet. Het was een goed moment om op te stappen. Ik had leuke gesprekjes gehad, een leuk kadootje gekregen, gesproken met wie ik wilde spreken en zou binnenkort nog een grotere opdracht krijgen: voor mij was het geslaagd. Ik worstelde naar de uitgang en begon aan de laatste etappe: via mijn eerste logeeradres – daar stonden mijn slaapspullen – naar mijn tweede logeeradres. Gelukkig had ik een uitstekende tramverbinding – dit tot grote opluchting van mijn arme, gefolterde, afgepeigerde, gezwollen voeten…

Nee

Als je pas voor jezelf begonnen bent, ben je blij met elke opdracht die je krijgen kunt. Een opdracht bevestigt dat jij niet de enige bent die in jou en je vakmanschap gelooft. Er zijn dus wel degelijk mensen die daar geld voor willen betalen – en dat voelt uitermate goed. Als je begint, krijg je namelijk ook heel vaak ‘nee’ te horen en je moet behoorlijk veel zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen hebben om je daar overheen te zetten. Gelukkig beschik ik in ruime mate over beide eigenschappen: mijn levensmotto is altijd ‘Gewoon doorgaan’ geweest.

Dat zelfvertrouwen groeit als jij zelf gevonden wordt. Dat is me inmiddels een paar keer overkomen. Ik heb zelfs al een keer zelf ‘nee’ moeten zeggen en dat voelt heel raar, kan ik je vertellen. Want wie denk ik wel niet helemaal dat ik ben? Een of andere miljonair die alleen maar voor haar lol af en toe nog wat opdrachtjes doet? Hoe durf ik een opdracht van een paar duizend euro te weigeren?

Lees verder “Nee”

Poolexpeditie

Startende ondernemers hebben in het begin vaak weinig opdrachtgevers en zijn nog niet zo bekend. Dat is bij mij niet anders. Natuurlijk werk ik hard aan het vergroten van mijn naamsbekendheid door te bloggen, te twitteren en naar netwerkbijeenkomsten te gaan. Als je dat trouw blijft doen, kunnen er opdrachten achter weg komen, zo zegt men. Soms echter blijkt je bestaande netwerk ook een goede bron voor opdrachten. Zo kwam ik aan mijn eerste opdracht voor Stichting NIKA, waar een goede vriendin van mij in het bestuur zit, en werk ik nu via een andere vriendin aan een opdracht voor het Poolnachtfestival dat momenteel in Groningen wordt georganiseerd.

  Lees verder “Poolexpeditie”

Back in business

Vandaag precies een week geleden was de laatste dag van mijn korte carrière als bureauredacteur bij Van Gorcum in Assen. Dat was ook de afspraak. Ten slotte had ik getekend voor drie maanden en die waren nu eenmaal voorbij. Maar geen nood, ik kon gewoon verder met Leef in tekst. Ik heb me nog nooit zo relaxed gevoeld bij het eindigen van een arbeidsovereenkomst.

Lees verder “Back in business”