In gesprek met de jeugd

‘Wablief?’

Verbaasd keek ik op van mijn boek. De laatste keer dat ik dat woord hoorde, was jaren geleden. Een man op leeftijd legde zijn hand achter zijn oor en zei: ‘Wablief?’ omdat hij het niet goed had verstaan. Daarvóór kende ik dat woord alleen uit boeken die zich nog voor de Tweede Wereldoorlog afspeelden.

De reden dat ik verbaasd opkeek uit mijn boek, was dat de stem die bij dat woord hoorde duidelijk niet van een man op leeftijd was, maar van een jongen. Ik keek uit het raam en geen bejaarde te bekennen: alleen kinderen van een jaar of 12, 14. Waar hebben die dat woord opgepikt?

 

Ik voel me oud

Een tijdje geleden zat ik in een bus vol met studenten. Ik luisterde stiekem naar het gesprek van de twee meisjes naast me. ‘Na de vakantie ga ik twee maanden naar Japan om te studeren, wist je dat al?’ ‘Echt?? Vet zieke shit, man, wow. Echt slecht dat je dat gaat doen.’ De gezichtsuitdrukking van dat meisje klopte niet helemaal bij de verontrustende woorden die ze uitsprak: ze was duidelijk blij voor haar vriendinnetje. En dat onderstreepte ze blijkbaar met vier woorden die in mijn ogen het tegenovergestelde zeiden van wat ze bedoelde: vet, ziek, shit en slecht. Het is te hopen dat het meisje dat naar Japan gaat, dat niet allemaal meemaakt.

Dit minigesprekje bevestigde wat ik al een tijdje voelde aankomen: ik word oud. Zelf stam ik uit de tijd dat we dingen nog cool, gaaf en tof vonden. Dan wisten je gesprekspartners tenminste dat je echt oprecht blij was. Maar die woorden zijn duidelijk uit de gratie. Nu wordt er van je verwacht dat je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt: iets is niet meer cool, maar ziek. Als ik met die jongelui praat en ik gebruik woorden uit mijn eigen dinosaurusjeugd, dan kijken ze me meewarig aan, alsof de aftakeling al heeft ingezet. Terwijl ik nog maar halverwege de 30 ben.

 

Er is nog hoop. Het feit dat een woord als wablief, uit een tijd ver voordat ik geboren werd, nu in de 21e eeuw wordt gebezigd door jongeren die zelf in de 21e eeuw zijn geboren, doet me deugd. Er is toch nog waardering voor oude mensen.

Advertenties

Letter voor letter

Als je naar de boeken kijkt op een willekeurige boekenplank in een willekeurige bibliotheek of boekenwinkel, dansen al die verschillende lettertypes je voor de ogen. Met schreef en zonder schreef (een schreef is zo’n heel klein streepje aan de ‘hoek’ van een letter, bijvoorbeeld bij Times New Roman), dik en dun, hoofdletters en kleine letters, in alle kleuren van de regenboog en statig zwart – je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft dat al voor je gedaan. Hoe is dat zo gekomen?

Lees verder “Letter voor letter”

Werk je aan een boek? Doe het goed!

Als redacteur van voornamelijk non-fictieboeken heb ik al heel wat manuscripten voorbij zien komen. Boeken met uiteenlopende onderwerpen, geschreven in allerlei stijlen waar ik met mijn rode pen kwistig of summier in kon krabbelen, strepen en tekenen. Wat heb ik toch een heerlijk vak! Veel van die manuscripten kwamen van uitgeverijen, dus dan wist je dat je je alleen hoefde te bekommeren om de tekst. Inmiddels ben ik alweer bijna drie jaar zelfstandig bezig – nog steeds voor uitgeverijen, maar ook steeds meer voor particulieren.

Lees verder “Werk je aan een boek? Doe het goed!”

Strijd leveren met de s

De s is een lastige letter: er zijn niet echt vaste regels voor te geven en hij komt terug in verschillende functies in het Nederlands. Je gebruikt het om bezit aan te geven, maar ook het meervoud; soms is het een tussenletter, maar niet altijd en bij sommige bijvoeglijke naamwoorden keert de s-z-kwestie weer terug. Leidend bij het gebruik van de s is … de uitspraak.

Lees verder “Strijd leveren met de s”

Letters en cijfers

Inmiddels zijn jullie expert op het gebied van hoofdletters en kleine letters in het Nederlands. Tijd voor een nieuw onderwerp! De volgende blogserie staat in het teken van letters en cijfers. Wanneer schrijf je nu een c en wanneer een k? Waarom zijn zowel tijdverschil als tijdsverschil goed? En hoe zit dat met de n in pannenkoek? Je hebt toch maar één pan nodig? Wanneer mag je getallen voluit schrijven? Dat ga ik jullie allemaal de komende tijd vertellen.

Lees verder “Letters en cijfers”

De laatste loodjes

Je zou zeggen dat we nu toch wel klaar zijn met de hoofd- en kleine letters in het Nederlands, maar we zijn er nog niet helemaal. We hebben nu in vier delen de belangrijkste regels behandeld en we hebben gezien dat die regels nog niet zo gemakkelijk zijn. Het onderscheid tussen eigennaam en soortnaam speelt een grote rol, maar wanneer een eigennaam een soortnaam wordt, is vaak lastig aan te geven en dat heeft weer gevolgen voor het gebruik van hoofd- of kleine letters.

Lees verder “De laatste loodjes”

Afkortingen

Inmiddels heb je nu vast wel begrepen dat het gebruik van hoofdletters of kleine letters niet eenvoudig is. Maar we zijn er nog niet mee klaar: in deze blog vertel ik je meer over hoofdlettergebruik in afkortingen. Sinds de invoering van de nieuwe spelling in 2005 worden veel afkortingen met kleine letters geschreven in plaats van met hoofdletters, maar als redacteur kom ik deze nog regelmatig met hoofdletters tegen: *BTW, *CAO, *HAVO, om er maar een paar te noemen. De regel luidt dat afkortingen zo veel mogelijk met kleine letters worden geschreven, maar er zijn in de praktijk zo veel uitzonderingen, dat deze regel eigenlijk in het niets verdwijnt. De gedachte áchter die regel is dat die woorden inmiddels zo vaak zijn gebruikt dat ze zijn ‘ingeburgerd’, je kunt ze in een zin herkennen als een afkorting en ze hoeven daarom niet extra benadrukt te woorden (door ze bijvoorbeeld in hoofdletters te plaatsen waardoor ze meer opvallen).

Lees verder “Afkortingen”