Met je volle aandacht genieten

Sporten is mij niet bepaald op het lijf geschreven. Begrijp me niet verkeerd: ik heb al van alles geprobeerd. Toen ik een jaar of tien, twaalf was zat ik als enige meisje op judo. Ik kwam niet verder dan de gele band met twee oranje ‘slippen’ of hoe die stukjes oranje stof op mijn gele band ook heten mogen. Toen bleek dat de jongens te sterk voor me werden en haakte ik af. Ook gymnastiek heb ik geprobeerd, maar ik viel steeds van de balk en ik slaagde er niet in me om de hoge legger van de brug te slingeren. Daarna badminton maar eens proberen, maar mijn tegenstanders hadden al vlug door dat ik snel buiten adem raakte en lieten me alle hoeken van het veld zien. Bovendien sloeg ik verontrustend vaak in het net in plaats van erover. De diagnose ‘inspanningsastma’ bevrijdde me van het uitproberen van nog meer duursporten en voorkwam vele blamages op dat gebied.

Na mijn studie heb ik nog een tijd op yoga gezeten, maar ook dat bleek geen succes. De ruimte waarin we yoga beoefenden, was vaak koud, waardoor ik kramp kreeg in mijn tenen en voeten. Dus ik moest me steeds uit zo’n houding vouwen om de kramp eruit te wrijven of sokken aan te trekken. En sokken waren weer niet handig omdat je dan uitgleed op de gladde vloer.

Ik had me er al mee verzoend dat ik langzaam zou dichtslibben (want voor diëten ben ik ook al niet in de wieg gelegd) en dat mijn conditie mijn leven lang maar zo-zo zou blijven. Tot ik tai ji ontdekte.

Tai ji

Tai ji is een Chinese bewegingskunst. Voor mij staat dat gelijk aan sport. Je voert een serie bewegingen uit, die samen een bepaalde ‘vorm’ opleveren. Zo heb je een Yang 24-vorm en een Yang 37-vorm. De afzonderlijke bewegingen van zo’n vorm (ja, het klinkt een beetje ingewikkeld, maar zo heet het nu eenmaal) zijn in het begin lastig te leren, omdat je handen, voeten, armen, benen, middel en hoofd allemaal totaal iets anders doen. Een hele uitdaging voor je coördinatie, kan ik je vertellen. Maar doordat je zo moet opletten op wat al die ledematen doen, ben je heel erg geconcentreerd bezig en denk je niet aan wat er die dag allemaal gebeurd is en wat je de volgende dag moet doen. Je ontspant je door je in te spannen. Als je zo’n vorm eenmaal een beetje kent (ik doe het nu al een jaar of drie), ga je de diepte in en dan blijkt dat je de vorm kunt aanpassen aan het ritme van je ademhaling. Bij een inademing doe je de ene beweging, bij een uitademing de volgende en zo verder. Dat werkt zo mogelijk nog ontspannender.

Image: Mark Bolton
Tai ji is mij wél op het lijf geschreven: ik blijf constant in beweging (dus geen kramp) en de vorm gaat zo langzaam dat mijn astma lekker door blijft slapen. Bovendien pik ik als talenliefhebber ook nog Chinees op: tai ji quan, deng jong, qi cong, dan tijan (daar heb je er drie van), draken-daojan en zo meer. Geen idee wat ze betekenen trouwens. Ook de bewegingen zelf hebben prachtige namen: ‘grijp de mus bij zijn staart’, ‘de kraanvogel spreidt zijn vleugels’, ‘bespeel de luit’, … Bovendien zit er bij de kraanvogel-beweging nog een bekend filmelement in: dat is die beweging die iedereen kent uit Karate Kid, waarbij hij op 1 been staat met hoog gespreide armen en de handen in een hoek naar beneden. Je voelt je even een filmster.

Focus

De docent is een jonge vent die zich echt verdiept in de materie, maar wel met een nuchtere Hollandse kijk op de dingen. Ik had eerder al een proefles tai ji gevolgd bij een ander, waarbij de toenmalige docent enthousiast uitriep dat we bij de beweging ‘de tijger sluipt door het bos’ ook echt moesten blazen als een tijger. Dan heeft sluipen ook niet veel zin als je je komst door geblaas kenbaar maakt, dacht ik en ik besloot toen om niet verder te gaan.

De docent die ik nu heb, doet dat soort dingen gelukkig niet. Het enige dat hij van je eist is dat je er met je volle aandacht bij bent. Hij is erg van de herhaling, waarbij je dezelfde beweging ontelbare malen achter elkaar uitvoert. In het begin is dat erg eentonig en ook best een aanslag op je spieren en je uithoudingsvermogen omdat je de hele tijd met gebogen knieën staat. Maar dan merk je zelf dat je soepeler wordt en dat de beweging vloeiender wordt. Je volle aandacht erbij houden helpt dus, je wordt er beter van en daardoor kun je nog meer genieten van tai ji.

Helaas is mijn docent gestopt omdat hij het niet kan combineren met zijn reguliere baan. Met mijn volle aandacht genieten van mijn vrije maandagavond voelt wel anders.

Advertenties

Tante Nelleke

Soms zat ik met angst en beven naar Tussen Kunst & Kitsch te kijken. Al die tere porseleinen beeldjes, delicate juwelen, krakkemikkige stoelen, tafeltjes en kasten, broze keukentegels, doffe zilveren en gouden bestek en kandelaars, versleten tinnen vijzels, halfvermolmde houten staken uit de Oost. En Nelleke van der Krogt.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben gek op haar. Ze is zo’n ‘favoriete tante’-figuur, met wie je onbedaarlijk hard kunt lachen maar aan wie je ook je diepste zielenroerselen toevertrouwt, omdat ze zo’n hartelijke vrouw is. Dat ze af en toe ongemakkelijke opmerkingen maakt, neem je voor lief. Ze is warm en een beetje gek.

Ze is ook enthousiast en kordaat. Af en toe zo enthousiast en kordaat dat je bijna onbewust naar je hartpillen zou willen grijpen als je die had. Als de expert vertelt over een of ander merkje onder op de vaas van een heel belangrijke maar jou volledig onbekende maker van driehonderd jaar terug, wil ze dat natuurlijk de kijker thuis laten zien. Kordaat pakt ze de grote vaas op en keert hem met de onderkant naar de camera. Diezelfde grote vaas waar de expert net uitvoerig over heeft zitten te vertellen dat het zo’n bijzondere vaas is omdat het porselein ‘werkelijk flinterdun’ is. Dan lijken die gemanicuurde handen van Nelleke waarmee ze net die vaas met een zwiep omkeerde, opeens op enorm grote boerenknuisten. In gedachten zie je het al voor je dat ze de vaas net te kordaat tegen de tafel zwiept. Krak. Daar gaat minimaal tienduizend euro.

Image: Patrick Hanlon

Gelukkig ging het altijd net goed. Dat zou je toch enigszins gerust moeten stellen, blijkbaar weet ze wel wat ze doet. Maar toch. In een van de afleveringen vertelde een expert over de Ploeg, een groep schilders uit Groningen uit begin vorige eeuw die radicaal anders wilde schilderen dan toen gangbaar was. Met felle kleuren en zonder vernis, zodat het er ruw en onbewerkt uitzag. Daar moesten de behoudende kunstliefhebbers van die tijd wel even aan wennen. ‘Shocking!!’, riep Nelleke uit om het nog eens te benadrukken. En terwijl ze dat uitriep, balde ze haar vuist en sloeg die kort en kordaat naar opzij en weer terug. Gevaarlijk dicht bij het desbetreffende schilderij. Ik had even het visioen dat Nellekes vuist dwars door dat schilderij heen zou gaan. Door dat ongetwijfeld dure schilderij, anders zat Nelleke er niet bij natuurlijk.

Het duurste item van die avond bleek een stel zilveren kandelaars. ‘Kind, wat veel!’, zei Nelleke op vertrouwelijke toon tegen de 60-jarige vrouw naast haar, de eigenares van de kandelaars. Die had ze ooit van haar moeder gekregen, die ook mee was en schuin achter haar zat. Moeke keek wel even zuur toen bleek dat ze 27.000 euro had weggegeven. ‘Ach, hoef je daar ook niet meer over na te denken als je je testament opmaakt!’, zei Nelleke joviaal en niet subtiel.

Die tante Nelleke toch. Zonder haar is Tussen Kunst en Kitsch niet hetzelfde. Toch zal het programma het vanaf komende woensdag zonder haar moeten doen. Ze gaat met welverdiend pensioen en draagt het stokje over aan Frits Sissing. Zal Frits net zo’n leuke neef worden?

Held

Pok. Bzzz-ZZZZ-zzzz.

Verstoord kijk ik op. Ik ben net geconcentreerd aan het werk als ik dat geluid hoor. Ik heb geprobeerd het te negeren, maar het is te irritant. Tijd om uit te zoeken waar het vandaan komt.

Het is een vlieg die zijn best doet om dwars door mijn raam naar buiten te vliegen. Hij zit vrij laag, dus hij wordt aan de ene kant gehinderd door mijn raam en aan de andere kant door de planten op de vensterbank. Hij is waarschijnlijk al een tijdje bezig en is inmiddels goed gefrustreerd, stel ik me zo voor, want hij vliegt driftig heen en weer maar kan geen kant op. Dan weer vliegt hij tegen de ruit, dan weer zit hij verstrikt in een of andere plant. En dat allemaal onder luid gezoem: ‘Bzzz-ZZZ-zzzz!!’ Arm beest.

Ik observeer een tijdje zijn verwoede pogingen. Inmiddels heeft hij wel door dat hij uit de buurt van de planten moet blijven. Daar verdwaalt hij alleen maar. Hij blijft aan de kant van de ruit, waar de warmte van de zon hem ervan overtuigt dat het buiten veel fijner is. O, waarom kan hij er nu niet uit?! BZZZ!

Op de een of andere manier heeft hij niet door dat het raam aan de bovenkant openstaat: het is zo’n kiepraam dat je op een klein kiertje kunt zetten. Het enige wat hij hoeft te doen is langs de rand van het raam naar boven te vliegen. Dan voelt hij vanzelf wel de tocht die door het kiertje naar binnen komt en kan hij opgelucht naar buiten vliegen. Maar de vlieg is zo druk bezig beneden bij de onderkant van het raam, dat dat totaal niet in hem opkomt.

Nu slaat de wanhoop toe. Tussen twee planten door schiet hij de kamer in en vliegt zo ver naar achteren als hij kan, tot hij bijna bij de muur aan de andere kant van de kamer is. Ik zie hem even stil hangen, alsof hij moed aan het verzamelen is en dan … vliegt hij met een enorme snelheid dwars door mijn kamer naar het raam, naar buiten!

Pok! Het raam vertoont geen barstje, geen krasje, zelfs geen vlekje van de botsing met de vlieg. Hoe de vlieg eraan toe is weet ik niet. Maar het lijkt hem niet te deren, want hij bekomt al snel van de klap, vliegt onder luid gezoem terug naar de muur en probeert het gewoon nog een keer. POK! En nog een keer. POK!

Geamuseerd zie ik hoe hij het blijft proberen. Je moet wel bewondering krijgen voor zijn doorzettingsvermogen, want hij geeft niet snel op. Keer op keer vliegt hij hard door de kamer, op weg naar zijn doel ­– om halverwege zijn poging tegen het raam te knallen.

Na een tijdje vind ik het genoeg. Zijn arme lijfje moet nu bont en blauw zijn van al die botsingen tegen mijn raam, ik wens hem iets beters toe. Tijd om hem uit zijn lijden te verlossen.

Ik pak een doorzichtig groen plastic bekertje en een kaartje. Als de vlieg uitgeput van de zoveelste botsing zit bij te komen op mijn raam, zet ik vlug maar voorzichtig het bekertje over hem heen tegen het raam. De vlieg is even in de war, want plotseling is de wereld om hem heen groen geworden. Zit hij weer tussen de planten? Hij vliegt op, tegen het bekertje aan en begint dan paniekerig rond te vliegen. Hij zit gevangen! Het wordt alleen maar erger! Voorzichtig schuif ik het kaartje tussen de ruit en het bekertje. Terwijl ik het kaartje stevig tegen het bekertje houd gedrukt, pak ik het bekertje met vlieg en kaartje op. Ik breng het geheel naar de kier van het open raam, schuif het kaartje weg en zie de vlieg duizelig van geluk wegvliegen. Vrijheid!

Nog even geduld …

Hé, een nieuwe blog van Lilian! Dat is lang geleden …

Ja, dat kun je wel zeggen. Het schaamrood stond me wel een beetje op de kaken, toen ik zag dat ik al bijna twee jaar niet geblogd had. Daar moest nodig verandering in komen. Ik ben flink aan het schrijven gegaan en ga vanaf nu in elk geval elke twee weken iets publiceren – en wie weet vaker. In het menu bij ‘En wie is Lilian?’ kun je alvast meer lezen over mijn plannen. Dinsdag 18 augustus publiceer ik mijn eerstvolgende blog. Nog even afwachten dus …!

Letter voor letter

Als je naar de boeken kijkt op een willekeurige boekenplank in een willekeurige bibliotheek of boekenwinkel, dansen al die verschillende lettertypes je voor de ogen. Met schreef en zonder schreef (een schreef is zo’n heel klein streepje aan de ‘hoek’ van een letter, bijvoorbeeld bij Times New Roman), dik en dun, hoofdletters en kleine letters, in alle kleuren van de regenboog en statig zwart – je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft dat al voor je gedaan. Hoe is dat zo gekomen?

Lees verder “Letter voor letter”

Een bijzondere plek voor een bijzonder boek

Oude boeken die je niet meer leest, hoef je gelukkig niet weg te gooien, je kunt ze transformeren tot ware kunst. Een paar voorbeelden daarvan heb je kunnen bekijken in mijn vorige blogs. Maar wat doe je met dat ene speciale boek waar je zulke dierbare herinneringen aan hebt?

Lees verder “Een bijzondere plek voor een bijzonder boek”